
Levensboek
Een uitzonderlijk verhaal
Dit boek is in het Engels geschreven. Een uitzondering, maar het hoort dan ook bij een uitzonderlijk verhaal.
Mijn man en ik hebben vier jaar in Kenia gewoond. Daar hebben we hele goede vrienden leren kennen en Neeltje is daar een van. Zij is fysiotherapeut en we hebben altijd nauw contact gehouden.
In 2017 belde Neeltje op vanuit Kenia en vertelde over de Britse Jeremy, een patiënt van haar die zijn hele leven in Kenia had gewoond. Hij was al wat ouder, bijna blind en had slechte longen. Bovendien was hij helemaal alleen. Neeltje bezocht hem wekelijks en ontdekte dat hij depressieve neigingen begon te krijgen. Omdat hij altijd zulke leuke verhalen over het koloniale Afrika vertelde, kwam ze op het idee om mij te vragen zijn levensboek te schrijven. Iets voor hem om zijn tanden in te zetten en naar uit te kijken. Ik sputterde wat tegen. Mijn Engels is goed, maar niet zó goed. Ik zou een Engelse eindredacteur moeten inschakelen.
In een Skypegesprek met z’n drieën maakte Jeremy een einde aan mijn twijfels met de woorden: “I’m British. I can do it.” Hij wilde geen tegenwerpingen meer horen, want, zo vertrouwde hij mij toe op een moment dat Neeltje de kamer uit was: “Neeltje ligt in een echtscheiding en ze kan wel een vriendin dichtbij gebruiken.” Beiden hadden dus, los van elkaar, een reden om mij naar Kenia te krijgen.
Dus ik ging. Ik vloog naar Kenia en heb twee weken lang elke dag met Jeremy gepraat. Soms ging het niet vanwege zijn longen, maar hij zette koppig door. Toen ik alle verhalen op tape had, ben ik in Nederland gaan schrijven. Een jaar lang hebben we, in het tempo van Jeremy, heen en weer gemaild en geskypet. Jeremy bloeide op, zoals Neeltje al had voorspeld. Hij was heel precies en kwam iedere keer met meer verhalen en aanpassingen. Hij was druk met het zoeken naar papieren, data en foto’s. Ik liet zelfs twee soorten boeken drukken, zodat hij kon zien (en voelen) hoe de boeken eruit zouden zien en een keuze kon maken.
Toen het verhaal af was, kreeg ik een lijst met adressen waar ik de boeken naartoe mocht sturen. De stapel lag klaar op mijn bureau op het moment dat Neeltje laat in de avond belde. “Jeremy is vanochtend overleden.” Ik wil best toegeven dat we samen aan de telefoon hebben gehuild. Het project was af. Zijn laatste daad verricht. Hij had het losgelaten.